De afgelopen twee maanden zijn een diepe reis geweest. Een reis waarin ik alles wat mij ooit heeft gevormd, heeft gedragen en tegelijk ook gevangen heeft gehouden, ben tegengekomen.
Ik heb losgelaten wat ik dacht nodig te hebben. Oude patronen die mijn leven jarenlang bepaald hebben. Het misbruik. De structuren waarop mijn leven gebouwd was. Het huis waarin ik woon. Relaties die ooit vertrouwd voelden. Alles wat ik kende, alles waar ik me aan vastklampte, is weg gevallen. Mijn oude fundament is niet meer.
En dat is ongemakkelijk. Pijnlijk. Verdrietig. Want wat doe je als het oude niet meer past, maar het nieuwe zich nog niet volledig laat zien? Hoe leef je met de leegte, met het niet-weten? Hoe zet je je volgende stap als de grond onder je voeten is verdwenen?
Er zijn momenten geweest dat ik mezelf kwijt was. Dat ik dacht: hoe in godsnaam nu verder? Hoe bouw ik mijn leven opnieuw op, als zoveel van wat ik kende niet meer klopt?

En toch… precies in dat niets, in die stilte, begon iets te bewegen. Heel langzaam. Heel subtiel. Alsof er in de verte een sprankje licht zichtbaar werd. Alsof mijn lichaam begon te herinneren dat het veilig is om los te laten. Dat ik niet hoef te vechten. Dat ik mag ademen, verzachten, ontvangen.
Ik voel dat ik meer en meer terugkeer bij mezelf. Dat er kracht in mij wakker wordt, die niet voortkomt uit controle, maar uit overgave. Dat mijn hart zachter is, mijn blik helderder, mijn lichaam lichter.
Ik zie dat het loslaten ruimte maakt. Dat deuren sluiten, en tegelijk andere open gaan. Dat ik opnieuw mag kiezen wie ik ben, waar ik voor ga en hoe ik wil leven. En dat geeft rust. Kracht. Vrijheid.
Mijn nieuwe basis bouw ik op vanuit een nieuw fundament, een nieuwe, en eigenlijk meteen oude oorspronkelijke versie van mezelf. Ik (h)erken weer wie ik was. Ik word meer en meer de persoon die weet waarvoor ik hier op aarde gekomen ben.
Ik ben niet meer de vrouw die ik twee maanden geleden was. Ik ben dieper. Zachter. Krachtiger. Meer mezelf.
En dit is pas het begin. 🌹
